Telefoon 076-3690174

Bedrijfsvestiging en afspiegelingsbeginsel bij een reorganisatie

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen spelen de begrippen bedrijfsvestiging en  afspiegelingsbeginsel een belangrijke rol. In dit artikel gaan we nader in op deze twee begrippen

Een werkgever kan pas toestemming krijgen voor opzegging van arbeidsovereenkomsten als naast een redelijke grond voor ontslag, herplaatsing in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt, al dan niet met behulp van scholing (artikel 7:669 lid 1 BW).

Artikel 3 van de ontslagregeling van het UWV bepaalt voorts dat de bedrijfseconomische reden wordt beoordeeld bij de onderneming (en niet bij de groep). Als de onderneming deel uitmaakt van een groep moet de werkgever ook de herplaatsingsmogelijkheden bij andere onderdelen van de groep betrekken.

Bedrijfsvesting

Een onderneming met meerdere vestigingen zal eerst moeten bezien op welk niveau de bedrijfseconomische redenen als grond aangevoerd kunnen worden.

Zijn de vestigingen samen één onderneming? Of zijn de vestigingen voldoende zelfstandig dat ze per vestiging als onderneming aangemerkt kunnen worden?

De hoofdregel is dat de onderneming als geheel geldt bij de beoordeling van ontslag voor bedrijfseconomische redenen, tenzij de betreffende vestiging van de onderneming als voldoende zelfstandig aangemerkt kan worden.

Afspiegelingsbeginsel

Het afspiegelingsbeginsel dient bij ontslag om bedrijfseconomische redenen verplicht gevolgd te worden. Het afspiegelingsbeginsel bepaalt welke werknemers in welke leeftijdsgroepen per functiesoort boventallig worden.

De hoofdregel gaat uit van afspiegeling over alle uitwisselbare functies in de organisatie, tenzij de arbeidsplaatsen vervallen binnen een bedrijfsvestiging van de onderneming van de werkgever, in welk geval voor de toepassing wordt uitgegaan van alle uitwisselbare functies binnen de bedrijfsvestiging.

Reorganisatie

Een organisatie met meerdere vestigingen doet er goed aan bij een reorganisatie degelijk te onderbouwen op welk niveau de bedrijfseconomische redenen als grond aangevoerd kunnen worden en of op hetzelfde niveau het afspiegelingsbeginsel toegepast mag worden.