Telefoon 076-3690174

Steunvordering

Een steunvordering is een vordering op een crediteur, anders dan de vordering die een aanvrager van een faillissement op dezelfde crediteur heeft. Een steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn. Een steunvordering is relevant, omdat zonder een steunvordering een faillissement niet kan worden uitgesproken.

Faillissementswet

De faillissementswet stelt in artikel 1 en artikel 6 als voorwaarde bij het uitspreken van een faillissement dat de schuldenaar in een situatie verkeert opgehouden te zijn met betalen.

“De schuldenaar, die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, wordt, hetzij op eigen aangifte, hetzij op verzoek van een of meer zijner schuldeisers, bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard. ”

“De faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.”

Zie onderaan dit artikel zowel artikel 1 als artikel 6 van de faillissementswet.

Waarom is een steunvordering relevant?

Een steunvordering is relevant, omdat zonder een steunvordering het faillissement niet kan worden uitgesproken.

De voorwaarden voor het aanvragen van faillissement zijn een situatie waarin de schuldenaar is gestopt met betalen en minimaal twee schulden (pluraliteitsvereiste) bij verschillende schuldeisers heeft, waarvan er minimaal 1 opeisbaar is (de betaaltermijn is verlopen, de crediteur verkeert in een situatie van opgehouden te zijn met betalen).

Wetsartikelen

Artikel 1 Faillissementswet

  1. De schuldenaar, die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, wordt, hetzij op eigen aangifte, hetzij op verzoek van een of meer zijner schuldeisers, bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard.
  2. De faillietverklaring kan ook worden uitgesproken, om redenen van openbaar belang, op verzoek van het Openbaar Ministerie.

Artikel 6 Faillissementswet

  1. De rechtbank kan bevelen, dat de schuldenaar worde opgeroepen, om in persoon of bij gemachtigde gehoord te worden. De griffier doet de oproeping op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Is buiten Nederland een hoofdprocedure geopend op de voet van artikel 3, eerste lid, van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan stelt de griffier de curator in de hoofdprocedure onverwijld schriftelijk in kennis van de aanvraag onder mededeling dat deze zijn zienswijze binnen een daartoe door de rechter bepaalde termijn kenbaar kan maken.
  2. Indien de schuldenaar, die is opgeroepen om gehoord te worden, gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, is zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner mede bevoegd om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen.
  3. De faillietverklaring wordt uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.
  4. Ontleent de Nederlandse rechter zijn rechtsmacht aan de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening, dan wordt in het vonnis van faillietverklaring vermeld of het een hoofdprocedure dan wel een territoriale procedure in de zin van de verordening betreft.