Telefoon 076-3690174

Verjaring van een vordering

Iedere vordering kan verjaren. Wanneer is afhankelijk van het soort vordering en wie de partijen zijn. Wanneer een vordering verjaart, kan betaling niet meer afgedwongen worden.

Een vordering waarvan betaling niet meer kan worden afgedwongen blijft wel bestaan. De schuldeiser kan alleen geen juridische middelen meer inzetten om betaling af te dwingen.

Algemene verjaringstermijn – 20 jaar

Artikel 3:306 BW meldt dat wanneer de wet niet ander bepaalt, een vordering door verloop van twintig jaren verjaart.

Contractuele vordering –  5 jaar

Artikel 3:307 lid 1 BW komt met de meest voorkomende uitzondering voor B2B. De wet bepaalt namelijk dat contractuele vorderingen een verjaringstermijn van vijf jaren hebben.

De verjaringstermijn vangt aan na aanvang van de dag volgend op de dag waarop de vordering opeisbaar is geworden.

Voorbeelden van contractuele vorderingen zijn bijvoorbeeld een vordering volgend uit een huurovereenkomst.

Consumentenkoop – 2 jaar

Bij een consumentenkoop verjaart een vordering door verloop van twee jaren. Dit is geregeld in artikel 7:28 BW (B2C & C2C).

Stuiting in- of buiten rechte

Om te voorkomen dat een vordering verjaart, dient deze gestuit te worden. Met stuiting in recht wordt een nieuwe verjaringstermijn ingesteld. Stuiting in rechte wordt geregeld in artikel 3:316 lid 1 BW jo. 3:317 lid 1 BW.

3:316 lid 1 BW  “De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.:

3:317 lid 1 BW “De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.” Na stuiting start een nieuwe verjaringstermijn, die dezelfde lengte heeft als de oorspronkelijke verjaringstermijn.